A van afwassen - Als je tijdens het afwassen iets breekt en daarna nog iets, gooi dan expres iets ouds kapot op de grond, anders breek je iets duurs.
B van bed - kijk ’s avonds onder je bed. Dan verjaag je de duivel.
C van cirkel - als je een cirkel om je heen trekt, kan niemand je iets doen.
D van deur - doe nooit twee deuren tegelijk open. Dan komen de kwade geesten binnen.
E van eikel - met een eikeltje bij je blijf je er altijd jong uitzien.
F van fluiten - fluit niet voor het slapengaan. Zo roep je de duivel.
G van gapen - als een jongen en een meisje tegelijk gapen, zijn ze verliefd.
H van handdoek - droog nooit met je vriend(in) je handen op hetzelfde moment aan één handdoek. Dan krijg je ruzie.
I van intelligent- met twee kruinen op je hoofd ben je erg slim.
J van jeuk - met jeuk aan je rechterenkel krijg je veel geld.
K van knoflook ~ hang overal knoflook op, dan blijven de vampiers buiten.
L van lieveheersbeestje - wie een lieveheersbeestje dood, krijgt ongeluk.
M van munt - munten uit je geboortejaar brengen geluk.
N van nachtmerrie - leg twee sokken met een speld erdoor op je voeteneind. Dan krijg je geen nachtmerrie.
O van onzichtbaar- met een vleermuisoog ben je onzichtbaar.
P van pannenkoek - pannenkoeken brengen geluk.
R van roeren - roeren met je linkerhand brengt ongeluk.
S van schoenveters - doe als iemand je veters strikt een wens, die komt uit.
T van tong - wie tijdens het eten op zijn tong bijt, heeft net gejokt.
U van urine - plast een meisje over de schoen van een jongen, dan wordt hij verliefd op haar.
V van vingers - kruis onder een leugen om bestwil je vingers, dan kan het geen kwaad.
W van wieg - laat een wieg schommelen en binnen een jaar heb je een broertje of zusje.
IJ van ijzer- glanzend ijzer schrikt boze geesten af.
Z van zingen - zing niet voor het ontbijt. Dat brengt ongeluk.